Hoe adem ontstaat
Een baby die nog in de buik van de moeder zit krijgt zuurstof via de placenta.
De longen zijn dan nog in ontwikkeling.
Tijdens de 4e week van de zwangerschap ontstaan de bogen die later de keelholte vormen.
Vervolgens ontstaan de luchtpijp en het strottenhoofd.
Niet veel later vormt zich een uitstulping. Het begin van de longen.
Daarna ontwikkelen de luchtpijp en het weefsel waaruit later de longblaasjes ontstaan.
Vanuit de luchtpijp ontstaan twee vertakkingen. Één naar de linkerlong en één naar de rechterlong.
Die vertakken steeds verder in kleine buisjes, de bronchiën.
Na een maand of drie bevatten ze een aantal bloedvaatjes.
Vanaf week 25 ontstaan de eerste grove longblaasjes.
Die hebben een dikke wand en daar lopen al enkele bloedvaten langs.
Hieruit groeien de longblaasjes.
De longblaasjes zorgen dat de zuurstof opgenomen wordt door het bloed en dat afvalstoffen (zoals koolstofdioxide) afgevoerd worden.
Vanaf 24/25 weken verandert de binnenkant van de longen.
De longcellen gaan surfactant produceren, een mensel van vetten en eiwitten.
Dit zorgt dat de longblaasjes bij het inademen na de geboorte goed openen en niet dichtklappen bij het uitademen.
Na week 28 maken de cellen voldoende surfactant om te zorgen dat de longblaasjes open blijven.
Er ontstaan steeds meer longblaasjes.